Binnen het hoofdproject Dierwelzijn en diergezondheid onderzoekt Broedplaats van Boer en Natuur de mogelijke invloed van Elektro Magnetische Vervuiling (EMV) en mogelijke lek- en zwerfstromen op agrarische bedrijven. Het project richt zich op de samenhang tussen elektrische infrastructuur, diergedrag, diergezondheid, bodem, water, erfomgeving en het bredere agrarische ecosysteem.
Op moderne melkveebedrijven neemt het gebruik van elektrische installaties, automatisering, sensortechniek, zonnepanelen, omvormers en digitale systemen toe. Deze ontwikkeling biedt kansen voor verduurzaming en efficiëntie, maar vraagt ook om zorgvuldige aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving van dier en mens. Binnen dit project wordt onderzocht of, en onder welke omstandigheden, elektromagnetische velden, lekstroom of zwerfstroom een rol kunnen spelen in diergedrag, diergezondheid, waterkwaliteit, bodemprocessen en bedrijfsfunctioneren.
Broedplaats van Boer en Natuur is op meerdere locaties actief. Reeds opgedane praktijkkennis wordt verzameld, geordend en waar mogelijk geschikt gemaakt voor publicatie en kennisdeling. Het aantal deelnemende locaties wordt gedurende de tijd organisch uitgebreid. Daarbij is sprake van een nauwe samenwerking met Stichting EMV en (Dier-)Welzijn.
Naast de casus in Beek en Donk worden ook praktijkcasussen in Polsbroek, Asten-Heusden en Ooltgensplaatmeegenomen in het onderzoek.
Het project heeft als doel om meer inzicht te verkrijgen in de mogelijke invloed van elektromagnetische velden op dier, bodem, water en mens binnen agrarische bedrijfssystemen. Daarbij wordt onderzocht welke technische, biologische en gedragsmatige signalen in de praktijk zichtbaar zijn, hoe deze signalen kunnen worden gemeten en welke maatregelen mogelijk kunnen bijdragen aan vermindering van ongewenste elektrische beïnvloeding.
Daarnaast richt het project zich op het ontwikkelen, toetsen en delen van praktische kennis over mogelijke mitigatiemaatregelen, zoals betere aarding, afscherming, ontstoring, aangepaste kabelvoering en andere maatregelen binnen de elektrische infrastructuur van agrarische bedrijven.
Het project draagt bij aan kennisontwikkeling met maatschappelijke meerwaarde: een gezondere leefomgeving voor dieren en mensen, zorgvuldigere energie-integratie, betere stalomstandigheden en meer inzicht in de relatie tussen techniek, natuur, bodem, water en dierwelzijn.
Het project bouwt aan een groeiende kennisbasis vanuit concrete bedrijfssituaties. Op de deelnemende locaties worden waarnemingen, metingen, interventies en ervaringen verzameld. Daarbij wordt gekeken naar diergedrag, technische installaties, waterkwaliteit, elektrische infrastructuur, bodem- en erfomgeving en mogelijke verbanden met diergezondheid en bedrijfsfunctioneren.
De casussen worden niet gebruikt om op voorhand conclusies te trekken, maar om praktijkinformatie systematisch vast te leggen, onderzoeksvragen aan te scherpen en beter te begrijpen welke omstandigheden mogelijk van invloed zijn op dieren, water, bodem en stalomgeving.
Op een melkveebedrijf in Beek en Donk wordt opgedane kennis momenteel verzameld, geordend en voorbereid voor publicatie. Op deze locatie zijn meerdere interventies uitgevoerd die zijn gericht op het verminderen van mogelijke ongewenste elektrische invloeden in de stal- en erfomgeving.
Het gaat onder meer om:
Binnen deze casus wordt gekeken welke waarnemingen vóór en na dergelijke interventies zijn gedaan en welke mogelijke veranderingen zichtbaar zijn in stalrust, diergedrag, drinkgedrag, technische omstandigheden en bedrijfsfunctioneren.
Daarnaast wordt op deze locatie de mogelijke invloed van drinkwaterionisatie onderzocht. De werkhypothese is dat ionisatie van drinkwater na verloop van tijd kan bijdragen aan vermindering van elektrische spanningen op of rond het wateroppervlak. Deze hypothese wordt in de praktijk gevolgd in samenhang met drinkgedrag, diergedrag, waterkwaliteit en stalwaarnemingen.
In Polsbroek zijn praktijkwaarnemingen gedaan die kunnen wijzen op een mogelijke relatie tussen elektrische installaties en diergedrag. Daarbij gaat het onder meer om plotseling gelijktijdig zwiepen met staarten in relatie tot het inschakelen van bepaalde elektronica, en om likgedrag in drinkbakken.
Op basis van deze waarnemingen bestaat het vermoeden dat lekstroom, zwerfstroom of een vergelijkbare elektrische beïnvloeding een rol kan spelen. Binnen het onderzoek worden deze signalen zorgvuldig vastgelegd en waar mogelijk gekoppeld aan technische inspecties, metingen en praktijkervaringen.
Deze casus is van belang omdat zij laat zien dat diergedrag een aanwijzing kan vormen voor verstoringen in de stalomgeving. Door dergelijke waarnemingen systematisch te onderzoeken, kan beter worden begrepen hoe elektrische infrastructuur, drinkwaterpunten, diergedrag en dierwelzijn met elkaar samenhangen.
Ook de locatie Asten-Heusden wordt meegenomen in het onderzoek. Deze casus draagt bij aan de verbreding van de praktijkbasis. Door meerdere bedrijfssituaties met elkaar te vergelijken, ontstaat meer inzicht in de omstandigheden waaronder EMV, lekstroom of zwerfstroom mogelijk een rol kunnen spelen in diergedrag, waterkwaliteit, stalomgeving en bedrijfsvoering.
De locatie wordt betrokken bij de verdere opbouw van praktijkkennis, met aandacht voor waarnemingen, technische omstandigheden, mogelijke interventies en de relatie met dierwelzijn en bedrijfsfunctioneren.
Op de locatie Ooltgensplaat zijn in de afgelopen vijftien jaar meerdere interventies uitgevoerd. De beschikbare informatie uit deze langere praktijkperiode wordt momenteel verzameld, geordend en gestructureerd.
Deze casus is waardevol vanwege de lange looptijd en de opeenvolging van maatregelen. Hierdoor kan worden gekeken naar praktijkervaringen over meerdere jaren, veranderingen in de bedrijfsomgeving en mogelijke verbanden tussen technische aanpassingen, diergedrag, diergezondheid en stalrust.
Ook hier geldt dat de gegevens zorgvuldig worden geïnterpreteerd. De casus levert praktijkinformatie op die kan helpen om onderzoeksvragen te verdiepen en toekomstige metingen en richtlijnen beter te onderbouwen.
Binnen het project staan de volgende onderzoeksthema’s centraal:
De activiteiten binnen het project bestaan onder meer uit:
Het project werkt toe naar concrete en deelbare resultaten die beschikbaar komen voor boeren, adviseurs, onderzoekers, installateurs, overheden en maatschappelijke organisaties.
De beoogde resultaten zijn:
De richtwaarden en aanbevelingen worden ontwikkeld op basis van praktijkmetingen, beschikbare kennis, technische expertise en voortschrijdend inzicht. Waar conclusies nog niet definitief zijn, worden deze als voorlopige inzichten of onderzoekshypothesen gepresenteerd.
Het project ontwikkelt praktijkkennis door ervaringen van veehouders, technische deskundigen, onderzoekers en maatschappelijke partijen bij elkaar te brengen. De samenwerking met Stichting EMV en (Dier-)Welzijn vormt daarbij een belangrijk inhoudelijk fundament.
Beoogde en betrokken partners zijn onder meer:
Daarnaast is vanuit Wageningen Universiteit het verzoek gedaan om mee te mogen denken binnen dit thema. Hierover lopen oriënterende gesprekken. Deze mogelijke betrokkenheid kan bijdragen aan verdere verdieping, wetenschappelijke reflectie en versterking van de kennisbasis rond EMV, dierwelzijn, bodem, water en landbouwsystemen.
De praktijkcasussen laten zien dat elektromagnetische velden, lekstroom en zwerfstroom niet alleen technische aandachtspunten zijn. Zij kunnen onderdeel zijn van de bredere leefomgeving waarin dieren functioneren. Daarom wordt binnen dit project gekeken naar mogelijke relaties met stalrust, drinkgedrag, diergezondheid, bodemleven, waterkwaliteit en de ecologie van het boerenerf.
Binnen het project wordt EMV benaderd als één van de omgevingsfactoren binnen een samenhangend agrarisch ecosysteem waarin dier, bodem, water, techniek en mens met elkaar verbonden zijn. Door signalen uit de praktijk te verzamelen en te verbinden met metingen en interventies, ontstaat kennis die kan bijdragen aan:
Met de casussen in Beek en Donk, Polsbroek, Asten-Heusden en Ooltgensplaat groeit het project uit tot een praktijkgericht kennistraject waarin technische innovatie, diergezondheid, milieu, biodiversiteit en boerenvakmanschap zorgvuldig met elkaar worden verbonden.